The Postmodern Age 2: Daredevil part 2: Quesada, Mack, Maleev & Bendis
In 1998 contracteerde Marvel de uitgeverij Event Comics om een aantal comics te
maken die onder de naam Marvel Knights
zouden worden uitgegeven. Die comics waren bedoeld voor een volwassener publiek
en waren zeer succesvol. De vernieuwde Daredevil had het meeste succes. Joe Quesada, de baas van Event Comics
(en zelf een populaire tekenaar) zorgde voor de art maar nog meer bijzonder was
dat het verhaal werd geschreven door Kevin
Smith. De regisseur van o.a. Clerks,
Mallrats en Dogma schreef voor het eerst sinds Frank Miller weer een Daredevil
waar de lezers enthousiast over waren. En dit bleek slechts het begin te zijn.
Na Kevin Smith nam de ongeëvenaarde
schilder/collagist/schrijver/poëet David
Mack het over die tekst en beeld op een unieke manier samen wist te
brengen. Daarna was de beurt aan Brian
Michael Bendis die werd opgevolgd door Bob
Gale, de screenwriter van Back to the
Future. Daarna nam Bendis, die ondertussen de meest succesvolle schrijver
van Marvel was het weer over en schreef Daredevil 4 jaar lang. Zijn run was zo
sterk dat die zelfs werd vergeleken met de voorheen onnavolgbare run van
Miller.
David
Mack’s art
De Postmodern Age of comics kenmerkt zich
volgens mij door het mengen van genres waar DD ook een mooi voorbeeld van is.
Hoewel DD begon als een klassieke superhero comic is het nu bijna meer crime
noir, mede dankzij de sfeervolle art van Alex
Maleev. Daarmee is ook het publiek veranderd, de lezer die alleen senseless
superhero violence verwacht en een hekel heeft aan ‘pratende hoofden’ komt
bedrogen uit. Zowel in verhaal als in beeld worden er risico’s genomen met
nieuwe vormen en gedurfde vondsten.
Zie jij ergens pratende hoofden? …Nou dan!
Met de aanstelling van Kevin Smith als
schrijver in 1998 leek er een nieuw tijdperk aangebroken. Door een bekende ster
als schrijver binnen te halen gaf Marvel de comic meer credibility, als een
regisseur van films comics serieus kon benaderen dan konden anderen dat ook.
Kevin Smith bleek dan ook de eerste, na hem schreven onder andere Bob Gale (van
Back to the Futere) J. Michael
Straczynski (van de scif-fi serie Babylon
5), Allan Heinberg (van The O.C.) en Joss Whedon (van Buffy, Angel en Firefly) comics en Bryan
Singer (van The Usual Supspects en
X-men 1 en 2) heeft interesse getoond
om een X-men comic te schrijven. Maar niet alleen bekende sterren werden comic
schrijvers, comic schrijvers werden zelf ook sterren (in de ‘scene’ dan). Er zijn schrijvers die zo
populair zijn dat mensen elke comic die ze schrijven kopen zelfs als het een
38-delige ‘Stiltman & Leapfrog: The
dishes’ serie zou betreffen. Bendis is hier nog wel het beste voorbeeld van
en schreef op een bepaald moment 4 van de bestverkopende comics.
De grote Hollywood-namen
schreven meestal maar een beperkt aantal nummers (voordat het volgende
film-project weer begon) en ook de comic sterren begonnen steeds meer
(enigzins) afgeronde verhalen te schrijven die perfect zijn voor trade
paperback formaat. Met een grote naam op de cover konden die zogenaamde graphic novels ook in boekenwinkels en
andere ‘echte literaire’ uitstallingen worden gepresenteerd (bekijk de
comic-afdeling van Broese bijvoorbeeld eens).
Het mengen van genres van zowel verhaal als
art, het binnenhalen van grote namen en het trade paperback/graphic novel
formaat zijn allemaal typisch voor de postmodern age. Erg fijn: meer
credibility, meer kwaliteit in verhaal, art en uitgave en meer originaliteit,
maar aan de andere kant vrees ik toch voor die Steven Spielberg’s Schindler’s childrens list en George Lucas’ Star Wars: Episode VII
graphic novels.




















